Het voltallige team is weer veilig teruggekeerd uit Nepal na een zeer succesvol voorjaarskamp. De 12 Nederlandse huisartsen, gynaecologen en assistentes hebben samen met hun Nepalese collega's veel werk verzet. Er zijn bijna 1100 vrouwen behandeld. Er zijn 75 operaties verricht. Er is veel aan training gedaan. Er zijn nieuwe plannen gemaakt.

Wij, Daniël en Lonnie, hebben 2 geweldige weken gehad met gyno-camps in het Kavre district (ten zuidoosten van Katmandu) in de eerste week, en Shaktikhor, Chepang gebied (zuiden van Nepal) in de tweede week.
Ons "veldteam" bestond uit een Nederlandse en een Nepalese groep van artsen, paramedisch personeel en een gezondheidsvoorlichter.
Tegelijkertijd met dit "veldteam" was er een "follow-up team" aan het werk op 2 plaatsen die vorig jaar bezocht waren. Er zou vooral follow-up onderzoek plaatsvinden in het kader van wetenschappelijk onderzoek en evaluatie van het werk van Vrouwen voor Vrouwen. Het aantal nieuwe patiënten was bij hen echter zo hoog dat onze Nepalese arts Elina en doktersassistente Bea hen halverwege de eerste week zijn gaan helpen! Mogelijk speelde mee dat onder de bevolking bekend was geraakt dat je wat aan je verzakking kan laten doen.
Het was een hele ervaring om met de Nepalese artsen en verpleegkundigen samen zo'n gyno-camp te doen en je geleidelijk aan meer vertrouwd met elkaar te voelen, door het samen werken en leven in- ook voor deze Nepalezen- primitieve omstandigheden, het gezamenlijke eten, de wandelingen voor en na het werk. Wij Nederlanders kregen in Mecche de vuurdoop: geen stromend water, een zeer beperkte watervoorraad beschikbaar (het waterpunt was 2 uur lopen van Mecche verwijderd!), geen elektriciteit, werken (en slapen) in een primitief schoollokaal, een rommelig schoolplein. drommen nieuwsgierige, baldadige kinderen rondom. Maar in een mum van tijd hadden we een spreekuursetting gecreëerd, met behulp van schoolbanken, doeken, plastic bakjes, voorhoofdslampen, een gasbrander en heel veel handschoenen bij gebrek aan water! Vooral de assistentes hebben dat geweten: een wonder dat ze alles weer min of meer steriel kregen! In Naradjastan, waar we vanuit Mecche in 3 uur naar toe liepen, maakten we ons camp met uit het dorp verzamelde spullen in een net nieuw verloskliniekje, nog niet ingericht, en waar uit de wel aanwezige kranen ook geen water kwam. We sliepen met 4 Nederlands teamleden samen op een piepklein kamertje van de dochter van de plaatselijke theehuis-eigenaar.
In Shaktikhor werkten we in de health post: een gespannen lijntje waarover een doek gehangen, doeken op gammele tafels en voor de ramen, onze plastic bakjes in de vensterbanken en onze spreekkamers waren weer op orde! En, luxe, buiten was een kraan met stromend water!
Ik moest het meest wennen aan het andersoortige contact dat ik als arts had met de patiënten: in Nederland is het praten met patiënten zo'n wezenlijk onderdeel van het huisartsenwerk. Nu ging het contact met de patiënt na een eerste "namaste" volledig via de verpleegkundige die vertaalde. Soms was er nog een familielid nodig om de locale taal, het Tamang, in het Nepalees te vertalen! Het gesprek bleef daardoor, en door de tijdsdruk, zeer kort.
Wat me opviel was hoe verlegen veel patiënten waren en hoe weinig ze wisten van hun eigen vrouwelijke anatomie. Veel vrouwen hadden al jaren met hun klachten rondgelopen, zonder er ooit voor naar een health post te gaan. 15 jaar is daarbij geen uitzondering. Toch had een enkele vrouw zelf iets aan haar verzakking proberen te doen: één vrouw had een zooltje ingebracht, een ander deed het met een aardappel…. Het blijkt in Nepal een groot taboe te zijn om over je verzakking te praten! Zelfs voor hun man houden vrouwen het geheim, ze duwen s'nachts voor eventueel seksueel contact het zaakje gewoon weer terug.
Onze taak als Nederlandse arts was om de diagnostiek van de verzakking en de therapie: het aanmeten, plaatsen en verzorgen van een ring (pessarium) te leren aan de meegekomen nurse en de plaatselijke healthpost-worker. Dat kostte natuurlijk veel extra tijd terwijl met name op een eerste gyno-campdag de mensen in een lange kleurrijke rij stonden te wachten.
De ernst van de verzakkingen in Nepal is niet te vergelijken met wat we in Nederland zien: zo was een van de eerste patiënten die ik zag een vrouw van nog geen veertig jaar met een totaalprolaps (waarbij de gehele vagina inclusief de gehele baarmoeder naar buiten is gezakt), met ulcera op de baarmoedermond. Voor de diagnostiek is met van belang om te weten hoe groot de prolaps maximaal is. Soms leek ons spreekuur wel een sportwedstrijd met al die aanmoedigingen om de vrouw te laten persen: "dhakalnoe" (persen!), "koeknoes" (hoesten!). In het Tamang was dat: "bingo"! Ten behoeve van het follow-uponderzoek maten we de prolaps op met een meetlatje (of sneller: maakten we een schatting met behulp van onze vingers) volgens de vereenvoudigde POP-Q. Dat is het nieuwe classificatiesysteem dat internationaal gebruikt wordt om de mate van prolaps uit te drukken. Deze classificatie was onbekend voor de Nepalese artsen, en dat was vooral het " nieuwe " wat we hen konden leren. Verder zijn zij meer ervaren in de beelden die we te zien kregen. Nadat we eerst enkele patiënten samen hadden gedaan probeerden we regelmatig elkaar erbij te roepen en te overleggen. De Nepalese artsen zijn dat duidelijk veel minder gewend dan wij.
Ook bij vrouwen met totaal uitgezakte baarmoeder probeerden we altijd eerst een ring en vaak leek dat afdoende. Enkele vrouwen bleken al bij voorbaat een operatie te verwachten. Onze terughoudende opstelling ook bij deze totaalprolapsen werd in de loop van de week alleen nog maar sterker want we zagen ook enkele recidieven: volledige verzakking van de vaginawanden bij mensen die reeds een baarmoederverwijdering hadden ondergaan, vanwege een prolaps, of andere redenen.
Wanneer tot operatie werd besloten verrichtte Molly, onze coördinator, een globaal pre-operatief onderzoek, de assistentes deden een urineonderzoek en een Hb-bepaling. Molly regelde, ook financieel, voor de patiënte en een familielid vervoer naar het ziekenhuis. De vrouw moest thuis regelen dat ze een maand lang geen zwaar lichamelijk werk kan verrichten. Dan kon ze gratis geopereerd worden: twee Nederlandse gynaecologen, Kirsten en in de tweede week Jo, waren intussen in Scheer Memorial Hospital aan het werk.
Iedere vrouw, met of zonder ringvoorschrift, ging na ons consult naar Sanubaba, de counselor, voor verdere voorlichting over preventie van prolapsen, inzicht in de anatomie, voorlichting over de controle van de ring, en dergelijke. Ik keek een tijdje mee bij Sanubaba: ze werkte in een schoollokaal met een groep vrouwen om zich heen, wat een heel gezellige indruk maakte. Ze had prachtig voorlichtingsmateriaal: foto's, tekeningen, modellen, maar ook een leuk schortje met ingetekende vrouwelijke genitalia op de juiste hoogte!
Aparte vermelding verdienen de ceremonies die onze Nepalese partners organiseerden ter verwelkoming, om te bedanken en als afscheid: naast diverse toespraken kransen van afrikaantjes om respect uit te drukken, rododendrons en andere bloemen, als blijk van waardering, "certifcates of appreciations" en sjaals als afscheid, om een goede reis te wensen…
Ook Vrouwen voor Vrouwen deed mee aan de rituelen: Molly deelde na een klinkende toespraak prachtige certificaten uit aan de mensen die we hadden opgeleid, een door hen zeer gewaardeerde actie.
Eva, medisch studente in het follow-up team, heeft diepte interviews gehouden met patiënten. Dit heeft heel interessant materiaal opgeleverd wat het betekent om in Nepal, vaak in het geheim, met een verzakking te leven. Misschien is de bewustwording van vrouwen dat er iets aan die verzakking te doen valt en wat ze zelf kunnen doen om erger te voorkomen, samen met het onder de aandacht brengen van dit probleem bij de Nepalese gezondheidswerkers, het belangrijkste wat Vrouwen voor Vrouwen in Nepal kan betekenen.
Lonnie ter Braak, huisarts
Groningen, Mei 2009